
De strenge vorstperiode die we de jongste dagen kennen is, in haar algemeenheid niet ongunstig voor de akkerbouw. Voor de structuur van de bodem is een vorstperiode zeker gunstig. Toch stelt men zich hier en daar vragen omtrent eventuele schade aan graangewassen, zeker omdat de vorstperiode gepaard ging met een stevige noordoostenwind. Het Franse Institut du Végétal, Arvalis gaf daaromtrent een aantal opmerkingen.
De granen die in onze streken worden geteeld zijn aangepast aan temperaturen van – 5°C tot – 15 °C onder beschutting volgens het groeistadium en schade is zeldzaam. Wat echter dit jaar bijzonder is, is de ver gevorderde ontwikkeling van de granen (tot het stadium ‘aar op 1 cm' in sommige gevallen), waardoor de granen nu meer dan anders blootgesteld zijn aan de vorstperiode die we nu kennen.

Dat is eveneens het geval voor de granen die het stadium ‘aar 1 cm' hebben bereikt of overschreden. Bovendien komt de aar op dat ogenblik boven de grond uit, waardoor hij veel gevoeliger wordt aan brutale temperatuursdalingen. Wel moet opgemerkt worden dat niet alle stoelen van de granen in hetzelfde stadium zitten. De groeipunten van de primaire en secundaire stoelen zijn veel minder ontwikkeld en dus minder gevoelig. Ook zijn minder dicht gezaaide granen minder gevoelig dan de dichtgezaaide.
Men neemt gewoonlijk aan dat vanaf dat stadium de drempel van – 4 °C onder beschutting als een alarmdrempel moet worden beschouwd, niet als een drempel waarbij systematisch schade optreedt.
Ten slotte moet nog opgemerkt worden dat eventuele vernietiging van een aantal halmen niet noodzakelijk de teelt volledig waardeloos maakt. Granen hebben inderdaad een enorme compensatiecapaciteit bij de uitstoeling. Een verlies aan planten is niet werkelijk schadelijk als het niet meer dan 20 tot 40 % betreft. Bovendien zal het verlies van een hoofdhalm een sterke ontwikkeling van de bijstoelen meebrengen, waardoor het verlies van de hoofdstoel gedeeltelijk gecompenseerd worden. Ook is het zo dat het wortelgestel van de tarwe niet door de koude wordt aangetast. Dit betekent dus dat de overblijvende halmen van de gewassen zullen blijven genieten van het reeds ontwikkelde wortelstel, wat het herstel van het gewas bij het begin van de lente zeker ten goede zal komen.
Het is dus op dit ogenblik zeker nog te vroeg om een juiste diagnose te maken. In afwachting daarvan moeten wel alle ingrepen (bemesting, onkruidbestrijding) uitgesteld worden. Indien achteraf herzaai noodzakelijk zou blijken, moet men kiezen voor wisseltarwes of zomertarwe.
Naar Arvalis, Institut du Végétal, Frankrijk.
Een wachtdienst is verzekerd voor het geval u een dierenarts nodig hebt en uw dierenarts afwezig is.
Selecteer uw regio en contacteer één van de dierenartsen van wacht.